Woensdagmorgen 18 april.
Ik zit in het restaurant voor in het schip dat me van Mariehamn (op Åland, een Finse eilandengroep tussen Stockholm en het vaste land van Finland) naar Turku (Finland) brengt. De accu van mijn laptop was leeg en hier is en stopcontact dat ik kan gebruiken. Bovendien is dit eigenlijk het eerste moment dat ik ruim tijd heb om wat te noteren.
Het uitzicht is fantastisch. Rustige zee, zonnig en slingerend tussen honderden lage, rotsige en beboste eilandjes varen we naar het Finse vaste land. Zo nu en dan moeten we de boegschroef gebruiken om een scherpe bocht te maken om te voorkomen dat we op een eilandje lopen.
Veel tegenliggers.

Tussen de eilandjes komen we ons zusterschip tegen
Naast een rit van 1500 km heb ik mijn tijd besteed aan rondkijken, door wat haventjes te lopen, de honden verzorgen en te lezen. Een ontspannen start van de vakantie.
Vanmorgen was ik bijna te laat bij de boot in de haven van Mariehamn. Op de haven merkte ik dat de boot er al was en op punt van vertrekken stond: het is hier een uur eerder licht dus de klok staat een uur later.

Na maandag Evelien naar school gebracht te hebben en de honden uit gelaten te hebben, vertrok ik om half negen richting Honningsvåg (30 km ten zuiden van de Nordkapp) om Evelien daar van het vliegveld op te pikken.
Via Groningen, Bremen, Hamburg, arriveerde ik tegen 3 uur in Puttgarden om daar de boot naar Rødby (Denemarken) te nemen. Drie uur later kwam ik via de brug Kopenhagen - Malmö in Zweden. Mooie kampeerplaatsjes langs de kunst zijn moeilijk te vinden dus pas zo'n 70 km ten NO van Helsingborg een mooi plekje aan een rivier gezocht en gevonden.

Het scheepvaartmuseum in Mariehamn op Åland
Tot 21:00 uur waren de temperaturen heerlijk: rond 20 ºC. Onderweg bereikte de temperatuur een waarde van 25 ºC. En dat voor 16 april!

Gisteren, dinsdag, al vroeg (half zeven) weer onderweg. De weg van Helsingborg naar Stockholm is vertrouwd: grote delen 4-baansweg worden afgewisseld met delen 3-baans: soms moet je op één baan blijven, dan weer heb je twee banen ter beschikking om in te kunnen inhalen. Het is zo rustig dat ik daar geen gebruik van: ik rijd minstens 2 uur lang 110 km/h op de cruise control!

De driebaansweg naar Stockholm
Vervolgens door Stockholm. Daarna nog 100 km verder naar het Noorden. In Grisslehamn de veerboot naar Eckerö op Åland genomen. Gedurende de overtocht van 2 uur blijven de honden in de auto. Ze doen dat prima. Ik ben benieuwd of ze de huidige overtocht van 5 uur ook goed doorstaan.
(Nagekomen bericht: de honden hebben het uitgehouden. Alleen blijken alle hondenkoekjes op te zijn ....)

Het haventje Grisslehamn
Tot vannacht waren het niet-realistische hoge temperaturen. De kachel in de bus had ik nog niet gebruikt. Vannacht werd ik wakker van de kou. De honden waren ook onrustig: - 4ºC. De kachel maar aangedaan.
Om 11:00 vertrekt mijn boot naar Turku (vaste land van Finland). Mooi tijd om de Åland archipel nog even te verkennen.

Het 'koude' kampeerplekje op Åland
Åland is Fins maar heeft binnen Finland met zijn 'status aparte' een grote vorm van zelfbestuur. Ooit moest Zweden het na een verloren oorlog aan Rusland afstaan. Rusland gaf het jaren later aan Finland. De bevolking van Åland werd vervolgens gevraagd tussen Zweden en Finland te kiezen. Met een kleine meerderheid koos men voor Finland. Daarmee kreeg het zijn 'status aparte'. Het eiland is toen gedemilitariseerd, dienstplicht is er niet en oorlogsschepen mogen er niet komen. Toerisme vanuit Finland en Zweden is de belangrijkste bron van inkomsten.
De vlag van Åland is een mengsel van die van Zweden en die van Finland.

De vlag van Åland: de Finse vlag met Zweedse invloeden
 
Donderdag 19 april.
Vannacht op een mooi plekje gekampeerd aan een bosrand. Aan de andere kant van het weitje springen een stuk of 10 reeën weg. Nog steeds geen elanden gezien. Wel de eerste sneeuw aan de kant van de weg in een schaduwrijke sloot.
Het zoeken naar een kampeerplekje had gisteren nog veel voeten in de aarde of beter banden in de modder. Op een gegeven moment zag ik een mooi verhard weggetje. Het weggetje was wel van steentjes, maar die dreven in een modderige sloot en daar raakte ik in vast. Zelfs met de sneeuwkettingen kwam ik er niet uit. Na veel gemodder met planken, stenen en de krik, kreeg ik tenslotte versterking van twee Finnen die geen woord niet-Fins spraken. Met hun hulp ben ik weer op het rechte, stevige, pad terecht gekomen.
Je zag ze denken: "Wat moet nu zo'n Nederlander op een bospad midden in Finland?"

geen foto
Vandaag via Himos (bij Jämsä) naar Kajaani. Weer zo'n 600 km verder naar het noorden.
Er zijn plannen om met het hele gezin een komende jaar naar Himos op wintersport (in plaats van naar Noorwegen) te gaan. Ik heb wat rond gekeken. Het zijn een paar bergjes met een tiental liftjes en loipes in de omgeving. Verder staan er circa 300 huisjes in bungalowparken. Best aardig maar niet die sfeer van Sinfjell. Het lijkt een beetje op het Noorse Trysil.
Als alpine skiën geen voorwaarde is, kies ik toch weer voor de Noorse hoogvlakte.

De skiehelling bij Himos
Tijdens mijn bezoek aan Himos, krijg ik van Yung een SMS'je dat de IVTM sessies gisteren een succes zijn geweest (met veel aandacht van de pers) maar dat er nog grote zorgen zijn rond de techniek, met name de moderatie. Christian en Patrick gaan helpen omdat er volgende week nieuwe sessies gepland zijn.
Ik heb nog wat informatie bij me en zal die opsturen. Met het operatiemesje uit de verbanddoos en enkele andere spullen lukt het me de laptop op de auto-accu aan te sluiten en kan ik Chris en Patrick enkele handige bestanden opsturen.

Het internet café ´In de groene bus´
Na Himos verder naar het noorden. De bossen gaan meer en meer uit berken bestaan. Ook zie je steeds meer ijs op de meren.
De geasfalteerde wegen zijn prima. Je mag er meestal 80 en soms 100 km/h op rijden. Behalve rond de grotere plaatsen (wat is groot?) is er weinig verkeer. Op een gegeven moment heb ik 12 minuten lang geen tegenligger.

Ontdooiende meertjes
Aan de oevers van de meertjes liggen veel kleine roeibootjes. Meestal zijn ze van polyester. Vaak lijken ze op færings, het model dat we zelf (van hout) willen gaan maken.

Wat opvalt is dat de Finnen zo slecht Engels spreken. Pas de 4e Fin die ik naar het 'Postoffice' vraag, staat me te woord. Ik krijg de indruk dat hier zeer weinig toerisme, ook in de zomer, is. Men kijkt je vreemd aan en reageert erg afwijzend als je wat vraagt.

Aan de over van de meertjes vele roeibootjes. jammer genoeg bijna allemaal van plastic
Behalve de hoofdwegen, zijn de meeste wegen hier van zand of steentjes. Mede door de ervaring van gisteren en de opdooiende wegen, maakt me dat wat voorzichtig.
Uiteindelijk vind ik een redelijk kampeerplekje tussen de sneeuw. De honden zijn door dolle en rollen en spelen in de sneeuw. Daarna komen ze klappertandend naar de warme bus terug.
Vlak naast de bus zie ik een specht in een telefoonpaal pikken. De elanden laten zich nog niet zien.

Kamperen in de sneeuw
 
Vrijdag 20 april.
Om 5 uur (NL-tijd) is het al volledig licht.
Vlak voordat ik om ongeveer half negen wil weg rijden komt er een auto aanrijden die naast me parkeert. Er stappen een man en een vrouw van middelbare leeftijd uit. Ze hebben een soort grondboor bij zich. Ik vermoed dat het is om jonge boompjes mee te planten. Ik probeer ze er naar te vragen. Ook nu lukt het niet een praatje te maken; ze spreken alleen Fins.
Ik verbaas me er opnieuw over dat in dit land waar je met de Euro betaalt, je Nederlandse appels eet en een Lidl en een McDonald´s zijn, er zo weinig Engels wordt gesproken!

Eindeloos lange wegen.
Langs de weg ligt steeds meer sneeuw. De bomen staan verder uit elkaar en worden minder lang en zo nu en dan komen er wat kleine vlokjes sneeuw uit de lucht. Wat een grootsheid! Ik probeer te bedenken hoe je dat op een foto kan vastleggen. Kan niet!
Ook zie ik de eerste rendieren, de schapen van Noord-Scandinavië.
Het ijs op de meren waar je nu langsrijdt is wit van de sneeuw. Wat een vlaktes. Wat mooi.
Buiten is het koud, in de bus is het warm en uit de radio klinkt een strijkkwartet van Schubert.
En ik heb nog steeds geen eland gezien.

Door de bomen het meer zien.
Ik passeer vandaag de Poolcirkel (ik ben hem de afgelopen jaren op 5 verschillende plaatsen overgestoken). Nergens zie ik er een aanduiding van.

Verder ben ik vlakbij de Russiche grens. Mijn "ijzeren gordijn"-angst weerhoudt me hem over te steken. Het is een mooie weg met een groot grensstation en in de 5 minuten dat ik voor de grens stilsta, passeert er één auto.

Vlakbij de Russische grens
Het landschap verandert verder. Ik kom in het gebied van de Sami (Lappen). Zelfs zie ik, naast het huis, een aantal keren een tipi-tent.
Je ziet steeds meer rendieren.

Het weer klaart op. De zon breekt door.

Steeds meer rendieren
Het zoeken van een kampeerplekje wordt moeilijker. Alle zijweggetjes zijn besneeuwd of gaan naar een huis. Opvallend is dat veel huizen onbewoond zijn (de toegangsweggetjes zijn niet geveegd en nog maagdelijk wit).
Toch blijken er nog mooie plekjes over te zijn. Een bospad voert niet direct naar een huis en heeft na een paar honderd meter een uitsparing in de sneeuw waar de bus prima kan staan. Voor de honden een ideale plek: ze rollen en spelen in de sneeuw.

De honden zijn blij dat er een kampeerplek gevonden is
 
Zaterdag 21 april.
De nacht was koud. Niet door de temperatuur  (- 1 ºC) maar meer door de bijkomende wind.
De eerste 5 dagen van de reis verliepen voorspoedig: als ik vandaag een beetje zou doorrijden zou ik vanavond in Honningsvåg zijn terwijl ik Evelien er donderdag pas moet afhalen van het vliegveld. Ik heb dus ruim tijd om rustig aan te doen en de kust van de Barentszzee te gaan verkennen. Komende nacht wil ik nog in Finland kamperen. Morgen, zondag, naar Kirkenes.
Naast de wind is er eerst ook nog sneeuw. De wegen lijken niet te bevriezen. Toch wat voorzichtig rijden.

Wat sneeuw en wind: koud!
Boodschappen in Inari gedaan. De winkel, vergelijkbaar met een behoorlijke Albert Heijn, wordt al 140 kilometer van tevoren aangekondigd. Dat is wat anders dan even boodschappen doen in het dorp.
Na Inari neem ik bij Kaamanen de afslag langs het meer naar Kirkenes. Op de kaart een echte stip, in werkelijkheid 7 huizen en een benzinepomp die zaterdags al om 14:00 uur gesloten is. Gelukkig heb ik in Inari afgetankt en kan ik dus nog minstens 1000 km verder rijden. De weg langs het meer is erg mooi. Misschien komt het ook omdat de zon gaat schijnen. De lucht wordt strak helder blauw. Wintersport weer!
Overal zie je mensen op sneeuwscooters. Ook zie je velen onderweg met een sneeuwscooter op de aanhangwagen. Op de meren wordt ge-ijsvist.
Soms lijkt het net of je in de woestijn rijdt. Eindeloos lange wegen zonder tegenliggers: het record waarin ik geen tegenliggers tegenkom wordt van 12 km verhoogd na 16 km. Ook de telegraafpalen langs de weg versterken de eindeloosheid.
Doordat de zijweggetjes besneeuwd zijn is ook vandaag het zoeken van een kampeerplekje geen peulenschil. 40 Km voor de Noorse grens is er toch een. 3 Rendieren steken het weggetje over.
Ik kampeer op een terrein waar wat zand en grind zijn opgeslagen. Door de sneeuw en de zon is het een acceptabele plek. Beter dan een parkeerplaats langs de (rustige) doorgaande weg naar Kirkenes.

Eindeloos lange wegen.
 
Zondag 22 april.
Koude nacht. - 9 ºC. IJsbloemen op de ruiten van de auto.
Ik merk dat ik weer in de war raak van het licht. Om 04:00 uur is het zo licht dat ik een half uurtje ga lezen zonder zaklantaarn (Voskuil's 'Onder andere'). Het dag/nacht ritme wordt danig in de war gebracht.
Als ik om 7:30 uur opsta is het kraakhelder, zonnig en nog steeds - 9 ºC. Toch voelt het niet zo koud, er is geen wind. Ik maak een kleine wandeling met de honden. Zij blijven van wandelen en sneeuw houden.

De honden blijven wandelen en sneeuw leuk vinden.
De tocht naar de Noorse grens is ongelooflijk mooi. Nog minder verkeer dan gisteren. De weg slingert over het glooiende landschap van meertjes en lage bebossing. Overal zie je sporen van beesten en van skiscooters.
Dit is een tocht om te onthouden, om nog eens te maken maar dat zal er wel niet van komen. Het is niet naast de deur en de weergoden werken vandaag wel erg mee!

Mooie uitzichten
De bebossing bestaat nu voornamelijk uit berk. Geen rechte stammen maar stammen die zich tegen de elementen naar boven moeten vechten. Ze moeten er moeite voor doen; ze staan behoorlijk ver uit elkaar en zijn niet hoog.

Berken struiken
In eens is er de grens. Je kan gewoon doorrijden.
Opvallend is de landschapswissel. De glooiing gaat over in diepere heuvels en dalen. De begroeiing die er nog was, wordt nog minder. Meestal alleen maar rotsen. Voor het eerst in 2000 km moet ik tijdens het dalen ook weer afremmen op de motor.
Bij de zee is duidelijk minder sneeuw. Aan de oevers zie je gebroken ijs door het tijverschil. Dat moet hier minstens 2 meter zijn.
De overgang is erg abrupt. Even wennen. Maar ook weer, maar dan op een andere manier, mooi. Ruiger.

Bij de grens verandert het landdschap.
Ik rijd in de richting van Kirkenes maar besluit eerst nog even de uiterste grens van Noorwegen op te zoeken: de grens met Rusland, de weg naar Moermansk.
In eerste instantie denk je dat Noorwegen, Zweden en Finland landen zijn die ook in het Noorden naast elkaar liggen. Dat is niet zo. Noorwegen omvleugelt Zweden en Finland en is het enige land dat aan de noordelijke zee, de Barentszzee, ligt. Vandaar de grens van Noorwegen met Rusland.
Bij de grens is het een drukte van belang. De gasten van het Hurtigruten schip 'Polaris', dat zojuist in Kirkenes heeft aangelegd, maken een excursie naar de 10 km verder liggende grens met Rusland.

De Noors-Russische grens.
Ik besluit de kust te verkennen.
Voordat ik richting Vadsø (spreek uit 'Wadse') rijdt koop ik eerst nog even op het vliegveld van Kirkenes een Noorse SIM kaart voor mijn PDA. Daarmee wordt het e-mail uitwisselen een stuk goedkoper omdat het niet via Nederland loopt. Zou het vliegveld in Honningsvåg, waar Evelien over 4 dagen aankomt, er ook zo uitzien?
Onderweg naar Vadsø herken ik op sommige plaatsen de stokvisrekken van de Lofoten. Ik vraag er naar. Het drogen van stokvis wordt in deze omgeving al zo'n 15 jaar niet meer gedaan. Waarom kan men me niet duidelijk maken.

In onbruik geraakte stokvisrekken
Ik Vadsø vertrekt net de 'Polaris', het Hurtigruten schip waar ik 's ochtends in Kirkenes aan boord ben geweest om me te informeren naar overtochten.
Ik kijk wat in Vadsø rond. Een bedrijvig vissers plaatsje. Ook bezoek ik een werfje dat er nogal verlopen bij ligt.
De temperaturen schommelen rond het vriespunt maar het is waterkoud. Omdat verder rijden niet kan (ik ben aan het eind van de weg) besluit ik een stukje terug te rijden en een kampeerplekje te zoeken.

De Polaris verlaat Vadsø
Doordat er aan de kust minder sneeuw is, zijn er veel meer zijweggetjes beschikbaar. De eerste die ik inrijd stuit na 500 m tegen een sneeuwriggel. Een prima kampeerplek: volledig verlaten met uitzicht over de Barentszzee.
Om me een beetje beter te beschermen tegen de kou, besluit ik voor het eerst een aantal ramen te isoleren. Dat gaat wel ten koste van het uitzicht. Door de ramen naar zee kan ik blijven kijken. Daar in het Noord-Oosten moet morgen de zon opkomen. Wie heeft ooit wel eens de zon boven zee zien opkomen? En dat in Noorwegen!

Kamperen 3 km ten zuiden van Vadsø
 
Maandag 23 april.
Om 02:55 uur komt de zon op. Wel vroeg. Is deels te verklaren doordat ik op het meest oostelijkste punt van Noorwegen kampeer. Na een half uurtje ga ik toch maar weer slapen.
's Ochtends doe ik rustig aan. De auto moet nodig een keer gereinigd worden van al die hondenharen.
Ook bel ik met de Richard With (we zagen dit schip in 2004 tussen de rotsen van de Lofoten manoeuvreren), een van de schepen van de Hurtigruten. Ik reserveer voor woensdagavond 25 april een plaats aan boord voor de reis van Berlevåg naar Honningsvåg. Vertrek 22:30 uur, aankomst 06:00 uur. In die ruim 7 uur varen doen we nog twee andere haventjes aan en passeren we het noordelijkste punt van Noorwegen.
Dat wordt 's nachts niet slapen. Evelien komt pas 's avonds in Honningsvåg aan dus heb ik tijd genoeg om bij te komen van het zeereisje.

De bus rond middernacht.
Ook maak ik nog een wandeling naar de branding. Alles is stenen en sneeuw. Drie rendieren vluchten weg.
De honden steken hun poten even in de Barentszzee maar draaien zich snel om vanwege de hoge golven en vooral het lawaai: als de zee zich terugtrekt overheerst het rollend geruis van de over elkaar buitelende keien.

De branding maakt veel lawaai als die zich terugtrekt.
Onderweg van Vardø naar Tana bru kijk ik uit naar færings, het type bootje dat we zelf willen gaan bouwen. Vele scheepjes zijn van polyester. Er liggen wel houten scheepjes onder een dekzeil. Die zijn allemaal echter zwaarder dan het scheepje dat wij willen gaan maken.

Ook zie ik hoe afgedankte scheepjes nog een tweede leven kunnen hebben. Soms zijn het schuilhutten voor schapen, soms een schuurtje, of beter: een 'Behouden huis'.

Het behouden huis.
In bijna elk dorpje ga ik even op de haven kijken. Hier en daar hangt wat stokvis. Niet te vergelijken met de hoeveelheden die je op de Lofoten aantreft.
Ik maak een praatje met een visserman die juist terugkomt van zee. Zijn dagvangst zijn 4 kabeljauwen, niet eens erg groot. Zou hij daar zijn stookolie mee kunnen betalen?

Bij een ander haventje zie ik een aantal bruinvissen voorbij zwemmen: door hun op- en neer golvende zwembeweging komen hun rugvinnen telkens even boven.

Tot tweemaal toe zie ik een zeearend boven de kust cirkelen.

het vissersscheepje da slechts 4 kleine kabeljauwen ving
Ik besluit om de vissersplaatjes Kjøllefjord en Mehamn te gaan bekijken. Daarvoor moet ik via twee hoogvlaktes naar een ander fjord rijden. Aanvankelijk is het slecht weer. Grijs, somber, nat en koud. De eenzaamheid slaat toe als er zo nu en dan de walmen van met berkenhout gestookte kachels de bus binnendringen. Ik verheug me op de komst van Evelien donderdag. Dan kunnen we samen somberen ...
Als ik op de eerste hoogvlakte, voor Ifjord, rijdt, breekt de zon door en slaat ook mijn stemming om. Eindeloze bergen met sneeuw en daartussen de eenzame weg met soms wel 3 meter hoge sneeuwranden.

Hoge sneeuwranden langs de kant van de weg.
De tweede hoogvlakte is veel minder geaccidenteerd: ongelooflijk grote oppervlaktes sneeuw.
In eens zie ik een koppel rendieren die nog iets van eten in de sneeuw weten te vinden.

Het zoeken van een kampeerplekje is weer wat lastig. Uiteindelijk vind ik een weggetje vlak voor Kjøllefjord. Als ik daar net sta passeren er een racefietser en 2 dames die een hond uitlaten. Als er vervolgens ook nog twee mannen komen laten zien wat zij allemaal op hun sneeuwscooter kunnen en de lantaarnpalen gaan aan, wordt het me te veel. Ondanks dat het al 20:30 uur is ga ik een ander plekje zoeken.
Ik heb geen zin meer om te koken. Brood met rendierrookvlees met yoghurt is ook lekker.

...
 
Dinsdag 24 april.
Via een hoogvlakte rijd ik van het kampeerplekje bij Kjøllefjord naar Mehamn.
's Winters zijn deze wegen meestal afgesloten en zijn de dorpjes volledig afhankelijk van de bevoorrading via de zee. Op die manier is de Hurtigruten compagnie ook ontstaan: een postbootverbinding die dagelijks uit Bergen vertrekt en naar Kirkenes en weer terug vaart. En dat in 11 dagen.

Ik zie veel rendieren met hun plop hoeven waar ze niet al te ver mee in de sneeuw zakken. Overal staan sneeuwscooters geparkeerd. Ook zie je her er der ijsvissers op de besneeuwde meren.

Perkeerterrein van sneeuwscooters.
In Mehamn kan ik doorrijden naar Gamvik en vervolgens zelfs naar de vuurtoren, het licht van Slettnes. De noordelijkste vuurtoren op het vaste land (71º05'33''N). Het laatste stukje weg is het eerste echte grindpad. Met kuilen. Onderweg raak ik een wieldop kwijt die ik op de terugweg weer terugvind.
Vanuit het noorden trekken de wolken weg; het wordt heerlijk zonnig.

De noordelijkste vuurtoren van Europa.
Puriteinen betwisten dat de Nordkapp het noordelijkste punt van Europa is. De Nordkapp ligt op een eiland.
Gelukkig hoef ik geen puritein te zijn omdat ik vandaag op het noordelijkste vaste puntje en overmorgen op het noordelijkste losse puntje ben.
Wel vermoed ik dat het hier veel rustiger is dan overmorgen. Niemand aanwezig. Als ik naar een vogelhut loopt, vliegt er een zeearend weg.
Aan de horizon vaart een groot schip in oostelijke richting. Wat dichter onder de kust zijn wat eenmans vissersscheepjes te zien.

De vuurtoren van Slettnes.
Er zijn problemen met Sara. Evenals gisteren houdt Sara haar eten niet binnen. Dat gebeurt wel eens vaker maar het is nu al de tweede dag.
Ik besluit naar het 4 km terug gelegen dorpje Gamvik te gaan. Bij de plaatselijke Spar vraag ik naar de dichstbijzijnde dierenarts. In Tana bru is er een, 210 km terug.
Ik bel onze eigen dierenarts in Hippo: "Vermoedelijk iets verkeerds gegeten maar het kan ook een verstopping zijn. Geen risico's nemen. Laat Sara door een dierenarts onderzoeken".
Mijn overnachting op dit mooie punt gaat niet door.
De reis gaat weer over dezelfde hoogvlaktes maar ik heb nauwelijks de rust om ervan te genieten. Wel zie ik in de verte een rode (of is het een bruine) vos. Nu komt mijn 8 megapixel camera van pas: ik kan behoorlijk uitvergroten.
Drie uur later bevestigt de Noorse dierenarts het vermoeden van die uit Hippo. Een speciaal Noors dieet (snelkookrijst of hurtigris met fiskeboller en kulturmelk) en een maagbacteriënversterkende pasta moeten de oplossing geven. Anders terugkomen. Ook vertelt ze dat er dit jaar veel vossen zijn. Dat komt door het grote aantal lemmingen.
Ik zoek dus een kampeerplekje niet ver van Tana bru waarvandaan ik, als Sara's toestand niet verslechterd, morgen naar Berlevåg kan rijden om daar in te schepen.
Een vos op zoek naar lemmingen.
 
Woensdag 25 april.
Het gaat gelukkig goed met Sara. We hebben een rustige nacht gehad en vanmorgen kon ik niets verontrustends aan haar merken.
Je merkt dat de honden aan dit zwervend leven zijn gaan wennen. Ze zijn op me ingespeeld en weten wanneer ze eten krijgen: als het bed is opgeruimd, de ergste hondenharen zijn weggeveegd en de thee is ingeschonken. Wat is het dan vervelend om Ruby wel haar eten te geven en Sara nog niet. Ik zou daar ook niks van begrijpen.
Vandaag heb ik ruim de tijd. Om 22:30 uur vertrekt de Hurtigruten uit Berlevåg en dat is niet meer dan 100 km van mijn kampeerplek. Een ommetje via Båtsfjord kan makkelijk: 50 km extra. Afstanden waar je je hand niet meer voor omdraait.
Ik begrijp nu ook beter dat Noren spreken over mijlen. Ze bedoelen dan de Noorse mijl en die is gelijk aan 10 km. Klinkt toch veel aardiger: ik heb sinds vorige week maandag 415 mijl afgelegd waarvan 21 om een dierenarts de bezoeken.

Een Sami tent op de eenzame vlakte.
Om Berlevåg en Båtsfjord te kunnen bereiken moet je weer over een hoogvlakte in het centrum van het schiereiland waarop de haventjes liggen.
Het sneeuwt wat en er is laaghangende bewolking. Haydn's piano trio's in een warme bus maken het tot een stemmige rit.
Langs de weg opnieuw een parkeerterrein voor sneeuwscooters, een paar mannen die zitten te ijsvissen en naast een eenzaam huisje in de sneeuw ook nog een Samme tent.

IJsvissers in de sneeuw.
Båtsfjord is een behoorlijk groot plaatsje. Veel schepen, onder andere een behoorlijk aantal Russische vissersschepen.
Ik koop er de fiskebollen en kulturmelk voor het avondeten van Sara. Op de parkeerplaats van de Rimi (Spar) zet ik een kop koffie en upload ik wat foto's via een niet beveiligde internet verbinding die ik hier oppik.

De haven van Båtsfjord.
Om 22:15 uur legt de Richard With aan. Aan bakboord gaan twee luiken open: één voor de passagiers, één voor de auto's en de vracht.
Ik ben de enige die aan boord komt. Niemand verlaat het schip. Wel wordt er wat vracht die op pallets klaarstaat, uitgewisseld. Om 22:30 uur gaan de trossen los.
Buiten de haven komen we de andere kant opvarende Trollfjord tegen die na ons Båtsfjord aandoet.
Direct bij het aan boord komen merk je dat het anders is dan bij de grote ferry's. Het schip is keurig verzorgd. Goed strak in de verf, veel hout.
Aan de kade is geen kantoor. Bij de receptie van het schip moet ik me inschrijven en betalen. Elk schip is een bedrijf op zich.

De Trollfjord neemt onze plaats in Båtsfjord in.
In het schip heerst volkomen rust. Hier en daar zitten nog een paar, weinig jonge, passagiers. Om half twaalf heb ik de promenade zaal met veel stoelen en banken voor me alleen.
Ik kijk nog wat naar de passerende kust en ga, na het ronden van het noordlijkste punt, wat proberen te slapen op de bank.

De laatste stop voor Honningsvåg is Kjøllefjord.  8 Passagiers komen aan boord.
Als we na een kwartiertje varen, krijg ik een SMS'je van Douwe. Ik beantwoord hem waarna hij belt. Vader op de Hurtigruten in Noord-Noorwegen belt met zijn zoon in Peru. Onwezenlijk.

We leggen even aan in Kjøllefjord.
 
Donderdag 26 april.
Om 5:45 uur leggen we in Honningsvåg aan.
4 Passagiers en de bus moeten ontschepen. Verder blijft het schip nog in diepe rust.
Doordat ik aan boord nog wat heb kunnen slapen ben ik nu allerminst moe. Ik rijd even door het plaatsje wat erg troosteloos is omdat het behoorlijk regent. Dat is wel anders dan ik de laatste weken thuis op de webcam zag!
Op de wal geef ik eerst de honden het eten. Sara heeft het eten van gisterenavond, behalve iets dat op gras lijkt, binnengehouden. Toch zorgen dat zij alleen het dieeteten eet en zich niet als een koe gedraagt.

Het vrachtruim van de Richard With.
Ik besluit de omgeving te verkennen en ook even op de Nordkapp te gaan kijken.
De weg er heen gaat over een hoogvlakte maar door de regen en de wind en de temperaturen boven nul, is deze niet mooi wit en ligt die er troosteloos bij.
Onderweg, 30 km, kom ik niemand tegen.
Vlak voordat ik bij de Kaap kom, passeer ik betaalhokjes. Je zou hier Nkr 200 per persoon moeten betalen maar er is niemand en ik kan doorrijden. De Kaap ligt op een hoge rots. In de diepte zie je in de nevel een vissersscheepje varen. Het waait erg hard. Je ziet dat de honden het niet lekker vinden en het liefst terug willen naar de bus. Het regent.

Sara & Ruby hebben de Nordkapp bereikt.
Ik rijd nog wat rond en zoek alvast naar een kampeerplekje voor vannacht. Evelien landt om 22:10 uur en het is het fijnst als we dan niet meer hoeven te zoeken.
De kust is echter steil en er zijn weinig bereidbare weggetjes die niet naar een huis leiden. Uiteindelijk vind ik even ten noorden van Honningsvåg een weggetje waarnaast je goed kan parkeren/kamperen: vlakbij het vliegveld en er komt zeer weinig verkeer langs.

In elke inham liggen vissersscheepjes voor anker.
 
Maandag 30 april.
In Nederland is het Koninginnedag. We skypten zojuist met Koos & Net en Wiggert & Judith in Kudelstaart en Ynske in Thailand.
Gisteren zijn we in Laukvik (Gert-Jan & Ellen en Sandor maar zonder Ellen die op Gibraltar zit) aangekomen. We houden vandaag een 'bijkom' dag: wassen, auto uitmesten en kijken wat hier allemaal in Laukvik is veranderd sinds ons vorige bezoek bijna 3 jaar geleden (veel!).

Uitzicht op de bergruggen van de lofoten.
Donderdagavond 26 april kwam Evelien aan in Honningsvåg. In eens zag je over het fjord een vliegtuig naderen. Het maakte een vrij hoge evenwijdige vlucht voor het vliegveld langs en daalde toen snel in een scherpe 180º bocht en landde toch nog keurig op de landingsbaan. Daar was Evelien. Ze had een goede vlucht met overstaps in Oslo en Tromsø en een tussenlanding in Hammerfest gehad.
Omdat de weersvoorspelling voor morgen nog slechter was besloten we 's avonds nog ´even´ naar de Nordkapp te gaan. Onderweg begon het te sneeuwen én te waaien. Toen we op het punt stonden toch maar terug te gaan, waren we in eens op de Kaap.
Koud en onaangenaam. We hebben een rondje rond het baken gedraaid en zijn toen teruggekeerd en hebben vlak voor Honningsvåg in de verse sneeuw gekampeerd.

Evelien landt bij de Nordkapp.
De volgende dag, vrijdag 27 april, verlaten we via een lange tunnel die 210 m onder een fjord doorgaat, het eiland waar Honningsvåg en de Nordkapp op liggen. Een mooie toch voert langs fjorden en over besneeuwde vlaktes tussen de fjorden. Zo nu en dan zon, zo nu en dan sneeuw.
's Avonds kampeerden we aan het eind van een klein weggetje met uitzicht over een fjord en besneeuwde bergen. De zon komt zo nu en dan door.

Pas op: elanden en rendieren.
Zaterdag verder in zuidelijke richting. Regen op de hoogte van de fjorden, sneeuw een paar honderd meter hoger tussen de fjorden. Onderweg maken we de eerste foto's van færings. 100 Km ten noorden van Narvik slaan we af richting Gratangen waar een scheepvaartmuseum is. Natuurlijk gesloten, zeker op een zaterdag om 18:00 uur. Een timmerman vertelt ons dat we niet naar binnen kunnen maar dat we buitenom rustig kunnen rondkijken. In een loods komen we een mooie færing tegen die daar vast ligt om later opgeknapt te worden. Er is zelfs een tuigje bij dat voornamelijk bestaat uit reparatielappen. Evenals het scheepje in een andere loods nemen we de belangrijkste maten en maken veel foto’s van details.
Verder in het fjord zijn verschillende scheepswerfjes waar ook nieuwe houten scheepjes gebouwd worden. Doet denken aan Ditzum.
We kamperen boven een soort zandgat, opnieuw met een mooi uitzicht over een fjord.

Het voormalig TBS herstellingsoord.
Als we zondag de Vesterålen oprijden is er ruim zon. Gert-Jan pikt ons op en neemt ons mee naar vrienden van hem die een voormalig buiten voor TBC patiënten wonen en daar nu een creatief centrum in hebben. Fantastisch uitzicht en Tove Hov Jacobsen maakt schilderijen met erg mooi kleur combinaties. Zie http://www.lihallen.no
Via een afwijkende route en een klein pontje komen we op de Lofoten. Als de stekels van vinnen van een baars steken de rotsen uit zee. Herkenbaar, bijzonder en nog steeds mooi.
Het laatste stukje voer via de kustweg naar Laukvik. We laten de honden nog even los op een drooggevallen zandplaat: ze willen wel weer eens rennen.

Oud zeil van een færing.
Eerst nog even bij Rob en Threes langs die hier deze zomer definitief komen wonen en een noorderlicht centrum gaan opzetten.
De panden van Gert-Jan & Ellen zijn beide nu zo verbouwd dat ze warm en comfortabel zijn. Wel heel anders dan de schapenschuur van 3 jaar geleden.
We lopen nog naar de haven om te kijken of we daar stokvis kunnen kopen. Op de terugweg lopen we even bij Frans & Marijke langs die bezig zijn een eigen huis te gaan bouwen.

De honden worden op een zandplaat uitgelaten.
Morgenochtend vertrekken we. Hoe we gaan rijden gaan weten we nog niet precies. In ieder geval wat verder naar het zuiden.
Deze bijdrage aan het verslag omvat 4 dagen. Dat zal voor de volgende bijdrage zeker ook gelden. Ten eerste zullen we vermoedelijk niet meer van die comfortabele internet verbindingen ter beschikking hebben en ten tweede merk ik dat de tijd die ik er aan kan besteden ook wat minder is dan toen ik alleen reisde. We besteden nu ook veel tijd aan het bespreken van allerlei dingen. Waarom zijn de Lofoten nu mooier dan Finmark? Is dat wel zo? Zouden Noren ook ruim 400 km rijden om een dierenarts te bezoeken? Leuk dat mensen zich willen inzetten voor een wierschuur naast museum Jan Lont, maar vinden wij het wel zo leuk? Waarom niet, waarom wel? Schaalvergroting werkt in een aantal gevallen voordelig voor een hele organisatie. Maar wanneer is schaalvergroting niet meer aantrekkelijk voor de medewerkers? Zijn daar richtlijnen voor te geven?

Kortom, wanneer het volgende verslag te verwachten is, is onbekend.

(Overigens: sinds Tampere in Finland, ongeveer 4000 km terug, zijn we geen enkel stoplicht meer tegengekomen ...)

Kort overleg met Gert-Jan.
 
Dinsdag 1 en woensdag 2 mei.
Dinsdag 1 mei vertrekken we om 7:45 uur uit Laukvik. Gert-Jan zwaait ons uit. In Svolvær nemen we een uurtje later de ferry naar Skutvik. De weg naar Fauske, aan het Bodø fjord loopt via meer dan 10 tunnels waarvan er 2 langer zijn dan 4 km. De tunnels zijn donker en smal maar gelukkig zijn er weinig tegenliggers omdat 1 mei in Noorwegen een nationale feestdag is.

Na Fauske rijden we langs het fjord naar Rognan waar we om de gesloten werf van Kai Linde (http://www.kailinde.no) lopen. Binnen liggen vele leuke scheepjes. Op het dorpsplein staat een scheepstimmerman met een dissel.

Scheepstimmerman met dissel.
Ook de verdere weg is bekend. We parkeren de bus op de hoogvlakte ongeveer op de plaats waar de Poolcirkel de weg kruist. In juli 2004 kampeerden we op vrijwel dezelfde plaats met Ynske. De nacht is koud en de bus staat te schudden vanwege de windvlagen. Binnen is het gelukkig warm.

De volgende morgen, woensdag 2 mei, rijden we verder naar het zuiden. We verlaten echter even voorbij Mosjøen de E6 om een stuk de kustweg te nemen.
We hopen morgen in Terrak aan het Bindalsfjord een færingbouwer te kunnen bezoeken. Als we bij de ferry van Vennesund naar Holm vragen waar we precies moeten zijn, is men er niet zeker van of de bootbouwer nog wel bestaat. We zien wel.

Kamperen in de sneeuw op de Poolcirkel
Direct na de overtocht vinden we even voorbij Holm een mooi plekje. We lopen nog een rondje over het schiereiland en proberen tevergeefs een vuurtje te maken met het veel te natte hout dat er ligt.

Uitzicht vanaf het kampeerplekje.
 
Donderdag 3 tot en met zaterdag 5 mei.
´s Ochtends rijden we langs het fjord naar Terrak. Het valt tegen. Ondanks dat de boekjes zeggen dat er aan bootbouw wordt gedaan weet niemand er van: ´Ja, in het verleden, toen, aan de overkant van het fjord, maar nu niet meer´.

De volgende plaats waar we onze hoop op hebben gericht is Kristiansund. Zo'n 400 km verder. Dankzij de vele bochten ongeveer een dag rijden. We besluiten via de kustweg te gaan. Omdat Trondheim, de tweede stad van Noorwegen, behoorlijk het fjord in ligt, laten we deze havenplaats zelfs links van ons liggen.
We kamperen een uur rijden voor Kristiansund op een grote, ietwat schuine gladde rots. Weliswaar vlak bij de weg maar toch mooi afgeschermd ervan. Door de bomen zien we het fjord.

Een van de vele haventjes aan het fjord
Vrijdag bij tijds op weg. Kristiansund ligt op 3 eilanden die via een tunnel onder het fjord bereikbaar zijn. Aan de haven zien we een scheepswerfje voor houten scheepjes. Het blijkt een museum annex werf te zijn. Er liggen twee mooie færings. Een is van 1890! Ze worden echter niet in Kristiansund gebouwd maar in een plaatsje nog geen 3 km van de plek waar we de afgelopen nacht gekampeerd hebben. Omdat het wel veelbelovend klinkt, rijden we de 75 km terug.

Scheepswerfje in Kristiansund
In het 'Geitbåtmuseum' in Enge liggen zeker 25 færings waaronder van een paar honderd jaar oud en nog een speciale waarmee men vroeger op zondag naar de kerk voer.
Het museum blijkt ook een door de overheid gesubsidieerde werf voor færings te bevatten. Scheepstimmerman Eystein Elgvaslid leidt ons rond en laat verschillende kneepjes van de bouw zien.
In tegenstelling tot de in het zuiden gemaakte færings worden ze hier niet van lariks maar van pine gemaakt. Ook wordt de onderste gang hier niet gebogen maar met behulp van een dissel uit 10 cm dikke planken gemaakt.
Twee uur later verlaten we de koude werkplaats in de wetenschap dat we veel te weten zijn gekomen en dat het maken van een færing tot een lastiger klus is als we dachten.

Museum/scheepswerf in Enge
Kees had ons gevraagd uit te kijken naar bruine teer. Eystein Elgvaslid had ons verteld dat 15 km verderop in het bos een fabriekje van allerlei scheepsconserveringsmiddelen stond. We kopen er 3 kg dikke (geen hele dikke) 'møre tyri' en een kg van een vloeistof die we in Kristiansund zagen gebruiken en op harpuis lijkt.

We besluiten de dag verder te besteden aan een stuk op weg te gaan richting Geiranger, volgens de boekjes een van de mooiste routes van Noorwegen. Via diverse ferry's en tunnels (al dan niet met tol) rijden we tot iets ten zuidoosten van Molde waar we kamperen op een rustig bosrijk plekje met uitzicht over het fjord.

Bosrijk kampeerplekje met fjorden uitzicht
Vandaag, zaterdag 5 mei, blijkt ons plan niet door te kunnen gaan. De mooie weg naar Geiranger is nog niet open. Bij de slagboom zien we de weg zigzaggend tegen de steile helling omhoog gaan richting de sneeuw. Jammer.
We moeten ongeveer 100 km omrijden om uiteindelijk op hetzelfde punt uit te komen.

Op een ´oversteek´ tussen twee fjorden, drinken we koffie. Ook maken we nog een wandeling verder naar boven. Uitzicht met vergezichten over half besneeuwde bergen.

De lonkende weg naar Geiranger
 
Zondag 6 mei.
Het rijden door Noorwegen, zeker zo in het voorjaar als er nog zoveel wegen gesloten blijken te zijn, is een hele puzzel: wegen langs de fjorden, wegen over de bergen tussen de fjorden, pontjes en wegen die afgesloten zijn. Gisteren, zaterdag 5 mei, bleek dat we Geiranger wel zouden kunnen bereiken maar dat de weg er vandaan gesloten is. Opnieuw gooien we ons plan om.

Weer een pontje
We nemen een ander pontje en vervolgen de weg van Stranda naar Hellesylt. Als we aan het eind van de hoogvlakte de eerste lange tunnel door zijn, hebben we een fantastisch uitzicht over een driesprong van fjorden.
We duiken een steil weggetje in naar beneden. Op het erf van een geitenboerderij mogen we tussen kuilgras, oude autobanden en geparkeerde karren kamperen. Maar het uitzicht is fantastisch: hoog boven zee kijken we recht het begin van het Geirangerfjord in.

Fantastisch uitzicht op de ingang van het Geiranger fjord
´s Ochtends bij het ontbijt horen we plotseling gerommel. Aan de overkant stort een grote sneeuwlawine omlaag. De boerin die even later langskomt vertelt dat er vaker lawines zijn, zeker in de winter en niet alleen aan de overkant maar ook bij hen.
Hun kinderen worden dagelijks met de taxi opgehaald om naar school te gaan. Deze winter kon de taxi 4 dagen niet rijden vanwege de vele sneeuw.
Hun boerderij valt binnen het Geiranger werelderfgoed gebied (andere werelderfgoed gebieden zijn bijvoorbeeld de Chinese muur en de Grand Canyon).
Het pontje vaart weer door het fjord. Het vaart zigzaggend tussen de zich aan weerszijden bevindende boerderijtjes op kleine stukjes grasland.

Het pontje vaart het Geirangerfjord in
We besluiten in de richting Norheimsund te gaan rijden, een 100 km ten zuidoosten van Bergen. Daar is een soort Noors Zuiderzee museum met een grote werkplaats waar houten schepen worden gerestaureerd en nieuw worden gebouwd. We weten dat daar ook færings gebouwd worden.
Onderweg begint de voorspelde regen te vallen: tijdens een overtocht wordt die afgewisseld met mooie luchten.
Direct na het pontje (het eerste pontje dat twee dekken voor auto's heeft) Lavik - Ytre Oppedal slaan we een zijweggetje in en even later een grindpad. Wonder boven wonder komt het pad niet uit bij een huisje maar bij prima kampeerplekje: verscholen van de weg, uitzicht op een meertje en de bergen.
Omdat we vergeten zijn het drinkwater aan te vullen, tappen we voor de was en afwas (eerst koken) water uit een waterval.

Mooi kampeerplekje aan grindweggetje dat niet naar een huis gaat
 
Maandag 7 mei.
Er is vannacht meer dan 20 mm regen gevallen. En vandaag overdag viel daar nog een veelvoud van bij. De weg naar Norheimsund is omgeven door allerlei beekjes, spontane riviertjes en machtige watervallen.

Regen en watervallen
Het ´Hardanger Fartøyvern senter´ in Norheimsund (http://www.fartoyvern.no) is een werkplaats voor scheepsbouw dat tegelijkertijd een museum is. Touwslagerij, restauratie van vissersschepen, historische films en bouw van nieuwe færings.
We kijken in de werkplaats van Peter Helland Hansen rond en hij laat ons veel zien en beantwoordt onze vragen geduldig.
Zou zo´n iemand niet eens naar Nederland gehaald kunnen worden, bijvoorbeeld rond de Klassieke Schepen Beurs?

Het museum
We fotograferen veel, maken aantekeningen en proberen alles te onthouden wat we zien en wat ons verteld wordt.
Deze færings worden ook gemaakt van pine maar hebben een kiel en stevens van eiken. Er wordt veel gewerkt met Stockholmer teer. Wel een erg dikke variant die ze in ketchup flessen bewaren (warm er in gedaan).
We kijken uitgebreid hoe houten nagels in een scheepje worden geslagen. Behalve beitels en bijlen is ook het zakmes daarbij belangrijk.
Van de verschillende soorten lijmtangen maken we foto's. Handig als we ze zelf willen namaken.
De vorm wordt grotendeels op het oog bepaald. Mallen worden er niet gebruikt. Wel een zelfgemaakt instrument dat de helling van de gang nauwkeurig aangeeft.
Voldaan en met een tekening op schaal en een mooi boek, verlaten we aan het eind van de dag het museum.

Een paar kilometer buiten Norheimsund vinden we een rustig kampeerplekje. Het is hondenweer en de honden blijven liever binnen in de bus.

Houten pluggen in een færing
 
Dinsdag 8 en woensdag 9 mei.
In Norheimsund hebben we vernomen dat in Os ook færings gebouwd worden. Dinsdagmorgen 8 mei vinden we de werf en worden er door de oudste bouwmeester ontvangen die ons weer heel andere dingen vertelt dan in Norheimsund.
Met name de punten van de eerste gang zijn belangrijk en lastig te maken.
Hij heeft echter weinig tijd omdat ze op de haven hout aan het zagen zijn. Daar bekijken we hoe dennen worden geselecteerd en in planken worden gezaagd. Weinig hout is goed genoeg om er een bootje van te bouwen.

Het zagen van de planke in Os
In het tijdschrift ´Maritime´ hadden we gelezen dat op het eiland Tysnes, even ten zuiden van Bergen, nog færings gebouwd worden.
Na Os nemen we het pontje Halhjem - Våge. Op Tysnes levert enige navraag ons een adres op bij Onarheim. Het is al laat in de middag en we besluiten morgen verder te gaan speuren.
Aan het eind van het weggetje richting Myrdal vinden we, aan de voet van de hoogste berg van de omgeving (750 m, boomgrens op 500 m) een mooie verlaten parkeerplaats. We vragen toestemming bij de boer die er vlakbij woont. Het blijkt het 6 jaar geleden naar Noorwegen verhuisd gezin Albert & Birgitta Muilwijk met zoon Morvin te zijn. Ze houden geiten en maken zowel geiten- als Goudse kaas (zie http://www.myrdalgard.no). We worden er 's avond gastvrij op de koffie uitgenodigd. De verhalen over de Noorse samenleving zijn leuk, informatief en interessant.
Op de terugweg naar de bus zien we minstens 5 herten.

De geitenboerderij
Vandaag, woensdag, is het een zonnige dag: we zijn niet beperkt tot de ruimte in de bus. Grote schoonmaak.
Tegen de middag rijden we richting Onarheim. Tysnes blijkt een mooi eiland te zijn met een rondweg en twee doorsteken over het eiland: allemaal vrij smalle weggetjes.
Via via komen we uiteindelijk aan het eind van een weggetje uit bij een werfje. Buiten ligt een meer dan 100 jaar oude færing. Magne Fauskanger (magne@fauskanger.org) blijkt een enthousiaste en vakkundige bouwer te zijn die sinds zijn pensionering færings bouwt.
Het is ons 5e bezoek aan een færing bouwer en het leuke is dat we langzamerhand verschillen zien tussen de verschillende bouwwijzen en types.

´Wasdag´
Als we het over ons plan hebben om zelf een færing te gaan bouwen en dat wij er over denken om het scheepje ´op mal´ te gaan maken omdat het ons zo moeilijk lijkt om de originele bouwwijze te hanteren, probeert Magne ons te overtuigen dat de traditionele bouwwijze ook voor ons heel goed te hanteren is.
Hij laat ons zien hoe we de boot moeten opmeten en wat de kenmerken zijn bij een dergelijke bouwwijze. Zo blijkt het touwtje dat de bovenste gang van beide stevens verbindt, in één vlak te liggen met de ronding van die bovenste gang.
We besluiten om het scheepje helemaal op te meten: afstand tot de steven, breedte van de gang en de afstand tot het touwtje. We zijn er ruim 2 uur mee bezig.
Ook willen we graag de mal hebben van de steven en van de kont. We hebben echter geen papier van 1,5m x 1,5m bij ons. De onderkant van het vloerkleedje uit de bus brengt soelaas.

De spanten worden op de achterklant van het vloerkleed uit de bus getekend
We nemen veel foto's en maten van allerlei andere onderdelen (o.a. de roeiriemen). We wisselen e-mail adressen uit en beloven Magne op de hoogte te houden van de voortgang van ons project.
Tevreden en naar bruine teer en lijnolie ruikend, verlaten we zijn werkplaats.

Onderweg naar ons kampeerplekje in Myrdal hebben we op een smal weggetje nog een kleine aanrijding met een tegemoetkomende auto. De schade is nauwelijks te zien maar het blijft vervelend.

Tijdens het eten (we eten rijst met rendier) besluiten we morgen richting Setesdal te gaan. Het noordelijkste punt van het dal ligt vlakbij Rauland waar we paar keer op wintersport zijn geweest. Het zuidelijkste puntje van het dal ligt bij Kristiansand waar een ferry naar Hirtshals in Denemarken vertrekt. We hebben vage plannen om via die overtocht terug naar Nederland te rijden.

De færing wordt opgemeten
 
Donderdag 10 mei.
Voordat we verder naar het zuiden afzakken willen we de Tysnes såta van 753 m nog op. Het pad begint naast ons kampeerplekje. Eerst rustig maar al gauw steil omhoog en over grote rotsblokken. Onze beperkte conditie breekt ons op. Toch komen we nog zo hoog dat we een prachtig uitzicht hebben over het eiland.

Uitzicht vanaf de helling van de 753 m hoge Tysnes såta
We nemen het pontje Gjermmundshamr - Rosendal. In Rosendal bekijken we het Baroni, een kasteeltje waarvan uit deze regio van Noorwegen door de Denen werd bestuurd.
In het dorpje zelf bezoeken we nog een scheepsbouwmuseum. Geen schepen maar vooral gereedschap. Men vertelt ons dat zowel de Mathilde uit Norheimsund als de Bør, het voormalige schip van Frans & Marijke uit Laukvik, zojuist de haven hebben verlaten.

De weg loopt langs het fjord. De steile rotsen duiken het fjord in. Mooie grote watervallen.

Veel imposante watervallen
Onderweg eten we voor het eerst de in Scandinavië overal verkrijgbare pølsers (broodje met worst).

Via een 11,5 km lange tunnel onder de Folgefonn (de nummer 10 op de lijst van grote gletsjers) komen we in Odda.
We vervolgen onze zuidelijke koers.

De lunch bestaat uit een pølsers en broodjes
We slaan af richting Reinsnos. Het weggetje wordt steeds smaller en gaat over in een grindweg. Op de plaats waar we op de Hardangervidda komen vinden we naast een watervalletje tussen twee meren een fantastisch kampeerplekje.
Op het meer ligt nog ijs en de bergen zijn voor het grootste deel wit.

´s Avonds is het onbewolkt. In de schemer lijkt de sneeuw de bergen doorzichtig te maken. Een planeet schittert aan de hemel. Er is geen andere verlichting te zien. Het is windstil en het vriest een beetje.
Je hoort alleen de waterval ......

Kamperen aan de rand van de Hardangervidda
 
Vrijdag 11 mei.
´s Ochtends is de lucht helder blauw. De bergen weerspiegelen in het bladstille water maar niet in het vliesje ijs dat hier en daar op het water ligt.
We maken een wandeling naar boven, gedeeltelijk over de sneeuw.

De bergen weerspiegelen in het bladstille water maar niet in het vliesje ijs dat hier en daar op het water ligt.
We gooien opnieuw onze plannen om. Het ziet er naar uit dat het de komende dagen mooi weer blijft en dan zijn de fjorden toch wel erg mooi. We nemen de kustweg richting Stavanger.

Een paar kilometer voordat we de pont op moeten, slaan we rechts een bijna overwoekerd paadje in. Het komt uit op een verlaten parkeerplaats met allerlei oud hout. Prima kampeerplek.
We maken nog een wandelingetje over het paadje dat verder doorloopt en nauwelijks meer begaanbaar is. We zien verschillende dennen die krom gegroeid zijn: het zouden mooie krommers voor onze færing geweest zijn.

Terug bij de bus blijken er op de vachten van de honden veel beestjes te zitten. Vermoedelijk teken.
We houden een grote schoonmaakbeurt en hopen dat we ze allemaal gevonden hebben nog voordat ze enig kwaad kunnen doen.

We kamperen op een ´verborgen´ plekje, een paar kilometer voordat we het pontje op moeten.
 
Zaterdag 12 mei.
Welke eisen stellen wij aan een mooi kampeerplekje?
  • Niemand moet je kunnen zien.
  • Je moet er mooi uitzicht hebben.
  • Het moet aan een fjord liggen.
  • Het moet naast een schoon beekje liggen.
  • Je moet er avondzon hebben.
  • Het moet er schoon zijn.
  • Het moet op een kale hoogvlakte met sneeuwvelden liggen.
  • Er mag bijna geen wind zijn.
  • Je moet er ochtendzon hebben.
  • Het mag er niet regenen.
  • Je moet er met de bus goed kunnen komen en er ook weer weg kunnen rijden.
De plekjes die we de afgelopen week hebben gevonden voldeden meestal aan 7 van bovenstaande eisen. Bij minder dan 5 gingen we er niet staan.
Het kampeerplekje van afgelopen nacht scoorde 8 punten. De meeste andere plekjes scoren beter!

Redelijk kampeerplekje: 8 punten
Via het pontje Nesvik - Hjelmelandsvågen rijden langs de fjorden. Soms hoge steile rotsen. In de verte zien we Stavanger liggen.
In Jørpeland doen we boodschappen, tanken er water en diesel en pikken we er een onbeveiligde draadloze internet verbinding op om dit dagboek te updaten en ons te informeren over de overtocht Kristiansand - Hirtshals (Denemarken). De overtocht die om 12:00 uur vertrekt doet er 2,5 uur over en er mogen honden mee.

Pontje Nesvik - Hjelmelandsvågen
We kijken bij het beginpunt van de wandeling naar 'De preekstoel' maar besluiten de tocht niet te gaan maken, ondanks dat de preekstoel in bijna elke folder over Noorwegen te vinden is: 2 uur heen en 2 uur terug met vele plaatsen waar je maar beter geen hoogtevrees kan hebben. Ik krijg al een beklemmend gevoel als ik foto's zie waarbij mensen zo vlak naast een afgrond staan.

In de verte de preekstoel
Na het pontje Oanes - Lauvvik houden we oostelijk aan. Halverwege de middag vinden we even voorbij Byrkjedal, tussen de schapen, naast de rivier een mooi plekje. Ruby sjouwt met stenen uit het water en Sara loopt de omgeving te verkennen.
Het betrekt een beetje, er vallen een paar druppels. Evelien is sinds eergisteren verslaafd aan het ´Bubble Breaker´ spel op mijn pda en probeert, vooralsnog tevergeefs, mijn record van gisteren te breken.

Evelien speelt ´Bubble Breaker´
De weersvoorspelling klopt niet. Het gaat behoorlijk regenen en omdat we met de voorwielen naast het water van een riviertje staan, maken we ons wat zorgen over het mogelijk wassende water. Om 20:30 uur besluiten we een ander plekje op te zoeken.
Een kilometer verder blijkt een gebiedje te zijn dat voor het grootste deel bestaan uit aaneengesloten gladde stenen waar de rivier tussendoor stroomt. ´s Zomers wordt hier vast veel gebarbecued, nu is het er verlaten en een uitstekende kampeerplek.

Het tweede kampeerplekje van die avond
 
Zondag 13 mei.
De ochtend begint grijs.
We rijden verder het Sirdal in. Aan het eind van het dal, bij Ortevatn, willen we proberen over de Setesdal Bykleheiene, een hoogvlakte, door te steken naar het Setesdal.
De weg gaat pas eind mei open en dan nog gaat de weg soms door 2 m hoge sneeuwbergen.
We keren om richting Tonstad.

De ochtend begint grijs
De weg voert over de bergen. Vele kale rotsen met overal watervallen en mooie ´doorkijkjes´ door smalle dalen.
De zon breekt door.

Onderweg besluiten we morgen de 12:00 uur boot Kristiansand - Hirtshals te nemen. Vermoedelijk zijn we dan dinsdag of woensdag weer thuis.

´Daldoorkijkjes´
Een goede den (pine) voor het maken van een færing moet in ieder geval voldoende dik zijn. Eén van de bootbouwers die we de afgelopen weken gesproken hebben, vertelde dat je je armen er net (niet) omheen moet kunnen leggen. We zien veel dennen maar weinige voldoen aan die eis.
En als je de boom dan in planken gezaagd hebt, moeten die planken ook nog eens van uitstekende kwaliteit zijn (weinig knoesten).

Een redelijke den voor het maken van een færing
Aan het begin van de middag zijn we Kristiansand op 35 km genaderd. We vinden een kampeerplekje aan een bosrand naast een weitje.
´s Middags steekt er op nog geen 20 m een grijze vos het weitje over. Als hij ons ziet verandert zijn wandelen in rennen. ´s Avonds komt er in eens een ree uit het bos.
Maar elanden hebben we nog steeds niet gezien ....

Een ree op nog geen 20 m van onze kampeerplek
 
Maandag 14 mei.
Vandaag zijn we met de snelle veerboot van Kristiansand naar Hirtshals overgestoken. Dat viel tegen en bijna waren we weer terug in Noorwegen.
De Silvia Ana van de Color Line is een behoorlijk grote ferry. Heeft plaats voor ruim 1000 passagiers, 250 auto's en 4 autobussen. Met name zijn snelheid is bijzonder: ruim 40 knopen (~ 75 km/uur). Je bevindt je in een soort vliegtuig: in rijtjes opgestelde op naam gereserveerde stoelen. Je kan niet naar buiten.

We vertrokken exact op tijd. De tocht tussen de lage ronde rotsen voor Kristiansand verliep probleemloos. We haalden een bord rijst met Stroganoff sauce.

De Silvia Ana tijdens rustig weer
Van onderstaande ervaringen konden geen foto's gemaakt worden:
daarvoor zag de schrijver te groen.


Al gauw merkten we dat de wind begon aan te trekken. Het schip begon zowel te slingeren als te stampen. De golven werden hoger. De 'aan de windse' koers zorgde ervoor dat het schip gemiddeld behoorlijk over bakboord lag. Met een tjalk door een winderige Stortemelk was er niets bij. De eerste spuugzakjes werden gebruikt en ik bleef niet achter: dag Stroganoff.
De bemanning liep af en aan om her en der zieke passagiers te ondersteunen. Zo nu en dan hoorden we de flessen uit de er naast gelegen tax free shop rammelen en vallen. De kapitein riep om dat er onverwacht slecht weer was en dat de restaurants en de tax free shop gesloten werden. Bovendien zou de overtocht geen 2 uur en 30 minuten maar 2 uur en 45 minuten gaan duren. De auto's die in de kop van het schip stonden en waar het schip dus de grootste bewegingen maakt, werden extra aan het dek geborgd.
Als het schip op een golf slaat ontstaan er wolken van water waardoor je seconden lang niet naar buiten kan kijken.

Na bijna 3 uur werd het slingeren en stampen minder: we kwamen in minder diep water en zagen Hirtshals liggen maar we liepen nog niet binnen. De kapitein: "Omdat er vlagen zijn van meer dan 25 m/s (dat is een dikke windkracht 9 Beaufort!), mogen we de haven niet aanlopen en gaan we een paar keer evenwijdig aan de kust heen en weer varen in de hoop dat de wind wat afneemt. Als dat niet gebeurt, keren we terug naar Kristiansand."

Een bemanningslid dat langskomt om de opvarenden te onderhouden vertelt ons dat dit pas haar 5e reis is en dat ze bij de opleiding hebben geleerd altijd te glimlachen, ook al is het soms wat spannend. Dat geeft ons moed.

Na een half uur zo heen en weer gevaren te hebben, worden we verzocht allemaal in onze stoelen plaats te nemen: we gaan Hirtshals aanlopen.
Door sterke wind en stroom langs de kust moet het schip bijna onder een hoek van 30º met de juiste richting varen om de haven binnen te kunnen lopen. Tussen de pieren moet, door het wegvallen van de stroom en de ergste wind, het schip snel zijn vaarrichting corrigeren om niet tegen de strekdam aan te lopen. Een sleepboot ligt stand-by om daar eventueel bij te assisteren. Een manoeuvre die grote gelijkenis heeft met een rijnaak die de haven van Vlieland bij halftij (volle stroom) aanloopt.

Het verliep probleemloos maar we vonden het wel spannend zeker als je achteromkijkend de smalle haveningang zag.
Ook de honden, die in de auto waren gebleven, hadden de tocht probleemloos doorstaan.

Na bijna 4 uur, anderhalf uur te laat, stonden we op Deense (vaste) grond.



Zeeziekte is direct over als de beweging is gestopt. Je bent na afloop echter behoorlijk gaar. We besluiten daarom vandaag niet veel verder de rijden.
We proberen de kampeerplek circa 15 km ten noorden van Viborg in Denemarken terug te vinden waar we ooit een week met Maarten & Willy en de kinderen hebben gestaan. Dat lukt niet. Uiteindelijk vinden we een plekje tussen een weiland en een akker.



 
Woensdag 16 mei.
Gisteren hebben we het laatste stukje van onze reis afgerond: van het noorden van Jutland zijn we naar Stroe gereden, een traject dat ons behoorlijk bekend is.

Wat een reis! Wat is Noorwegen een ongelooflijk groot land.
We hebben van het meest noord-oostelijkste puntje (Vardø, boven Kirkenes, oostelijker dan Istanboel!) naar de zuidelijkste stad Kristiansand, doorgaans via kustwegen, 5200 km gereden. De kortste afstand tussen deze twee steden is via Zweden en Finland ´slechts´ 2540 km.

Alles is groen en ook op Wieringen blijkt het wel eens te regenen. Er ligt een grote stapel post en kranten op ons te wachten.

Het was een fantastische reis maar het is toch ook weer fijn om thuis te zijn.

Ons laatste kampeerplekje in noord Jutland



Naar de bovenkant van het verslag.